Strafrecht overig

Medeplichtigheid afpersing, art. 48.2 en 317.1 Sr. 1. Uos bewijs bedreiging met geweld en opzet op…

Hoge Raad, 4 september 2018

Zaakgegevens

Op 4 september 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 september 2018
Datum publicatie
4 september 2018
Zaaknummer
17/00200
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1425
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplichtigheid afpersing, art. 48.2 en 317.1 Sr. 1. Uos bewijs bedreiging met geweld en opzet op gronddelict. 2. Bewijs opzet. 3. Bewijs medeplichtigheid. 4. Proceskosten b.p. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/06267 en 17/00038.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 23 december 2016

    ECLI:NL:GHAMS:2016:5569
  2. Conclusie A-G · 5 juni 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:928
  3. Hoge Raad · 4 september 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1425

Uitspraak

4 september 2018

Strafkamer

nr. S 17/00200

IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 december 2016, nummer 23/004986-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D. Greven, advocaat te Enschede, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 september 2018.