Strafrecht overig
Vervolgingsuitlevering naar Noorwegen t.z.v. invoer amfetamine, cocaïne en MDMA. Verzuim verzoekende Staat om…
Hoge Raad, 6 februari 2018
ECLI:NL:HR:2018:150 · Hoge Raad · 6 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-150
Zaakgegevens
Op 6 februari 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 februari 2018
- Datum publicatie
- 6 februari 2018
- Zaaknummer
- 17/02704
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:150
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervolgingsuitlevering naar Noorwegen t.z.v. invoer amfetamine, cocaïne en MDMA. Verzuim verzoekende Staat om lijst met verboden verdovende middelen over te leggen, art. 12.2.c EUV. Genoegzaamheid der stukken? HR: art. 81.1 RO. CAG: Verzuim hoeft niet te leiden tot ontoelaatbaarheid uitlevering indien op toereikende gronden mag worden aangenomen dat overgelegde strafbepaling de psychotrope stoffen bestrijkt waarop uitleveringsverzoek betrekking heeft, ongeacht of dat in Nederland algemeen bekend is. Samenhang met 17/02532 U (niet gepubliceerd, art. 80a RO).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 januari 2018
ECLI:NL:PHR:2018:91Hoge Raad · 6 februari 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:150
Uitspraak
6 februari 2018
Strafkamer
nr. S 17/02704 U
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 18 mei 2017, nummer RK 17/244, op een verzoek van het Koninkrijk Noorwegen tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft H. Bakker, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffierE. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2018.