Strafrecht overig
Mishandeling door een vrouw met wie verdachte onenigheid had in de Amstel te duwen, art. 300.1 Sr…
Hoge Raad, 11 september 2018
ECLI:NL:HR:2018:1589 · Hoge Raad · 11 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1589
Zaakgegevens
Op 11 september 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 september 2018
- Datum publicatie
- 12 september 2018
- Zaaknummer
- 17/02113
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1589
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mishandeling door een vrouw met wie verdachte onenigheid had in de Amstel te duwen, art. 300.1 Sr. Bewijsklacht. HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft niet onbegrijpelijk “vol opzet” aangenomen. Onder mishandeling kan ook het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam worden verstaan, terwijl dit z.m. uit ’s Hofs bewijsvoering kan worden afgeleid.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 25 januari 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:217Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 juni 2018
ECLI:NL:PHR:2018:601Hoge Raad · 11 september 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1589
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
11 september 2018
Strafkamer
nr. S 17/02113
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2017, nummer 23/003586-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2018.