Strafrecht overig
Visfraude. Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon. De verdachte A. B.V…
Hoge Raad, 18 september 2018
ECLI:NL:HR:2018:1675 · Hoge Raad · 18 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1675
Zaakgegevens
Op 18 september 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 september 2018
- Datum publicatie
- 17 september 2018
- Zaaknummer
- 16/03395
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1675
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Visfraude. Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon. De verdachte A. B.V. verkocht filets van Japanse schar (‘yellowfin sole’) en/of Pacifische schol (‘rocksole’) en/of schar en factureerde dat op verzoek van de afnemers o.v.v. het woord ‘schol’ of ‘scholle(n)’. Middelen bevatten verschillende bewijsklachten valsheid in geschrift m.b.t. oordeel hof dat de facturen valselijk zijn opgemaakt door daarop te vermelden dat ‘schol’ of ‘scholle(n)’ is/zijn geleverd, terwijl in werkelijkheid de vissoorten Japanse schar, Pacifische schol en schar werden geleverd, dat de (directeur van) verdachte opzet heeft gehad op de valsheid van de facturen en dat verdachte het oogmerk had om die facturen als echt en onvervalst te (doen) gebruiken. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/03325, 16/03328, 16/03330, 16/03393, 16/03400, 16/03403.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 juni 2018
ECLI:NL:PHR:2018:639Hoge Raad · 18 september 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1675
Uitspraak
18 september 2018
Strafkamer
nr. S 16/03395
AJ/DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 6 juni 2016, nummer 21/004734-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , gevestigd te [vestigingsplaats].
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T.M.D. Buruma, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de straf in de mate als de Hoge Raad gepast acht en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 25.000,-.
4 Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete;
vermindert de geldboete in die zin dat deze € 23.750,- bedraagt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2018.