Strafrecht overig
(Feitelijk leiding geven aan) opzettelijk onjuiste belastingaangifte, art. 69 AWR en valsheid in geschrift…
Hoge Raad, 25 september 2018
ECLI:NL:HR:2018:1758 · Hoge Raad · 25 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1758
Zaakgegevens
Op 25 september 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2018
- Datum publicatie
- 24 september 2018
- Zaaknummer
- 16/06292
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1758
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
(Feitelijk leiding geven aan) opzettelijk onjuiste belastingaangifte, art. 69 AWR en valsheid in geschrift, art. 225.1 Sr. Bewijsklacht voorwaardelijk opzet op art. 69 AWR en pleitbaar standpunt. Kan uit de omstandigheid dat de accountant de jaarrekeningen en aangiften heeft opgesteld volgen dat verdachte naar objectieve maatstaven gemeten redelijkerwijs kon en mocht menen dat deze aangifte juist en volledig was? HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 9 november 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:8965Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 juni 2018
ECLI:NL:PHR:2018:659Hoge Raad · 25 september 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1758
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
25 september 2018
Strafkamer
nr. S 16/06292
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 9 november 2016, nummer 21/004372-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2018.