Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit feitelijke leiding geven aan oplichting begaan door een rechtspersoon (meermalen…

Hoge Raad, 25 september 2018

Zaakgegevens

Op 25 september 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 september 2018
Datum publicatie
24 september 2018
Zaaknummer
17/02189
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1763
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit feitelijke leiding geven aan oplichting begaan door een rechtspersoon (meermalen gepleegd) en gewoontewitwassen. Beroep op EHRM-arrest Geerings/Nederland. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 21 april 2017

    ECLI:NL:GHDHA:2017:1097
  2. Conclusie A-G · 26 juni 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:654
  3. Hoge Raad · 25 september 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1763

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

25 september 2018

Strafkamer

nr. S 17/02189 P

ABO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 21 april 2017, nummer 22/003934-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2018.