Strafrecht overig
Salduz-problematiek. Is verdachte duidelijk gewezen op zijn recht op verhoorbijstand en heeft hij van dat…
Hoge Raad, 9 oktober 2018
ECLI:NL:HR:2018:1889 · Hoge Raad · 9 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1889
Zaakgegevens
Op 9 oktober 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2018
- Datum publicatie
- 9 oktober 2018
- Zaaknummer
- 17/00352
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1889
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Salduz-problematiek. Is verdachte duidelijk gewezen op zijn recht op verhoorbijstand en heeft hij van dat recht ondubbelzinnig afstand gedaan? HR: art. 81.1 RO.CAG: uit de door het Hof vastgestelde f&o kan niet worden afgeleid dat verdachte 'duidelijk gewezen (is) op zijn recht op verhoorbijstand'. Het middel is in zoverre terecht voorgesteld. Dit leidt echter niet tot cassatie, omdat het verhoor van de verdachte in de onderhavige strafzaak plaatsvond op 4 november 2015 en toentertijd het door de HR erkende recht op verhoorsbijstand nog niet bestond. Beroep op o.m. EHRM Ibrahim e.a./VK (NJ 2017/452); Sitnevskiy en Chaykovskiy/Oekraïne (48016/06 en 7817/07) en HvJ Kolev e.a. (ECLI:EU:C:2018:392) leidt niet tot ander oordeel.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 augustus 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1127Hoge Raad · 9 oktober 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1889
Uitspraak
9 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 17/00352
SG/DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 18 januari 2017, nummer 21/000835-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 oktober 2018.