Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepkwekerij. 1. Motiveringsklacht m.b.t. oordeel Hof dat betrokkene één…

Hoge Raad, 16 oktober 2018

Zaakgegevens

Op 16 oktober 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 oktober 2018
Datum publicatie
15 oktober 2018
Zaaknummer
17/02739
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1938
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepkwekerij. 1. Motiveringsklacht m.b.t. oordeel Hof dat betrokkene één eerdere (geslaagde) oogst heeft gehad en daaruit voordeel heeft verkregen. 2. Aanvangsdatum redelijke termijn in e.a. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 september 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:1161
  2. Hoge Raad · 16 oktober 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1938

Uitspraak

16 oktober 2018

Strafkamer

nr. S 17/02739 P

SA/CB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 30 mei 2017, nummer 21/002889-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J.J. Bussink, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 oktober 2018.