Strafrecht overig

Aanwezig hebben van MDMA en amfetamine. 1. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM wegens schending…

Hoge Raad, 13 februari 2018

Zaakgegevens

Op 13 februari 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 februari 2018
Datum publicatie
13 februari 2018
Zaaknummer
16/03898
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:198
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Aanwezig hebben van MDMA en amfetamine. 1. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM wegens schending vertrouwensbeginsel door vordering wijziging tll. aan raadsman te overhandigen maar vervolgens niet in te dienen. 2. Beroep op bewijsuitsluiting wegens onrechtmatige fouillering en aanhouding door particuliere beveiligingsmedewerkers, art. 359a Sv. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 december 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1531
  2. Hoge Raad · 13 februari 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:198

Uitspraak

13 februari 2018

Strafkamer

nr. S 16/03898

IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 25 juli 2016, nummer 21/000392-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 februari 2018.