Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit drugshandel. Methode van eenvoudige kasopstelling. Kosten treinkaartjes aan te…
Hoge Raad, 4 december 2018
ECLI:NL:HR:2018:2231 · Hoge Raad · 4 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-2231
Zaakgegevens
Op 4 december 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 december 2018
- Datum publicatie
- 3 december 2018
- Zaaknummer
- 17/02268
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2231
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit drugshandel. Methode van eenvoudige kasopstelling. Kosten treinkaartjes aan te merken als kosten gemaakt teneinde w.v.v. te genereren? HR: art. 81.1 RO. CAG: Indien gebruik wordt gemaakt van methode eenvoudige kasopstelling maakt het niet uit of uitgaven i.v.m. treinkaartjes zijn gedaan t.b.v. legale bezigheden betrokkene of t.b.v. handel in verdovende middelen. Samenhang met 17/02267 (niet gepubliceerd, art. 80a RO).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 november 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1343Hoge Raad · 4 december 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:2231
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
4 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/02268 P
SG/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 11 april 2017, nummer 23/005211-15, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2018.