Strafrecht overig

Bedreiging baliemedewerkster gemeente Rotterdam, art. 285.1 Sr. Feit van algemene bekendheid dat bedreigingen…

Hoge Raad, 4 december 2018

Zaakgegevens

Op 4 december 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 december 2018
Datum publicatie
5 december 2018
Zaaknummer
17/02212
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:2250
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bedreiging baliemedewerkster gemeente Rotterdam, art. 285.1 Sr. Feit van algemene bekendheid dat bedreigingen tegen baliemedewerkers van gemeenten regelmatig “verder vorm krijgen als fysiek geweld jegens bedreigden”? HR: art. 81.1 RO. CAG: Zelfs als zou worden uitgegaan van juistheid oordeel dat ruzies op gemeentebureau veelal ontaarden in fysiek geweld, kan daarmee geen invulling worden gegeven aan objectieve vrees dat medewerkster eenzelfde soort ruzie met haar leven moet bekopen. Door verdachte gebezigde bewoordingen (“dan ga jij eraan”) zijn evenwel van dien aard dat door gebruik daarvan bij aangeefster in redelijkheid vrees kon ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 30 oktober 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:1195
  2. Hoge Raad · 4 december 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:2250

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

4 december 2018

Strafkamer

nr. S 17/02212

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 25 april 2017, nummer 22/004051-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.J.G.J. Cornelissen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2018.