Strafrecht overig

Verduistering in persoonlijke dienstbetrekking en gewoontewitwassen. Falende bewijsklachten en middelen…

Hoge Raad, 23 januari 2018

Zaakgegevens

Op 23 januari 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 januari 2018
Datum publicatie
23 januari 2018
Zaaknummer
15/04286
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:76
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verduistering in persoonlijke dienstbetrekking en gewoontewitwassen. Falende bewijsklachten en middelen verdachte over afwijking uos m.b.t. verduistering en witwassen en over strafmotivering. Falend middel BP over n-o verklaring in vordering omdat behandeling onevenredige belasting strafgeding oplevert. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:RBAMS:2014:729
  2. Gerechtshof Amsterdam · 28 augustus 2015

    ECLI:NL:GHAMS:2015:3512

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 14 november 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1476
  4. Hoge Raad · 23 januari 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:76

    Conclusie gevolgd · (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

23 januari 2018

Strafkamer

nr. S 15/04286

IV/SG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 augustus 2015, nummer 23/000863-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij heeft P. Smits, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsman van de verdachte heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de strafoplegging, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van zestien maanden.

4 Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze vijftien maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2018.