Strafrecht overig

Feitelijke leiding geven aan valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 225.1…

Hoge Raad, 29 mei 2018

Zaakgegevens

Op 29 mei 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 mei 2018
Datum publicatie
29 mei 2018
Zaaknummer
16/03587
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:790
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Feitelijke leiding geven aan valsheid in geschrift begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 225.1 Sr. 1. Tolk kan deel verklaring verdachte ttz. in h.b. (“technisch verhaal”) niet vertalen. Schending art. 275 Sv en art. 6.3.e EVRM (i.h.b. EHRM nr. 9783/82, Kamasinski tegen Oostenrijk)? 2. Afwijzing getuigenverzoek. 3. Uos dat belastingdienst geen nadeel heeft ondervonden door fraude. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 april 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:288
  2. Hoge Raad · 29 mei 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:790

Uitspraak

29 mei 2018

Strafkamer

nr. S 16/03587

ABO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 1 juni 2016, nummer 21/001051-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Meijers, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 mei 2018.