Strafrecht overig
Deelneming aan (door verdachtes zoons geleide) criminele organisatie die zich jarenlang bezighield met plegen…
Hoge Raad, 5 juni 2018
ECLI:NL:HR:2018:835 · Hoge Raad · 5 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-835
Zaakgegevens
Op 5 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 juni 2018
- Datum publicatie
- 5 juni 2018
- Zaaknummer
- 17/00517
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:835
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Deelneming aan (door verdachtes zoons geleide) criminele organisatie die zich jarenlang bezighield met plegen van misdrijven (fraude met kinderopvangtoeslagen, sealbagfraude en witwassen), medeplegen opzettelijk gebruik maken van vals geschrift, medeplegen valsheid in geschrift (meermalen gepleegd) en medeplegen gewoontewitwassen. 1. Bewijsklachten deelneming aan criminele organisatie (bestaan van organisatie, deelneming daaraan en opzet verdachte op deelneming). 2. Bewijsklacht medeplegen opzettelijk gebruik maken van vals geschrift. 3. Bewijsklacht medeplegen valsheid in geschrift. 4. Bewijsklacht gewoontewitwassen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/00367, 17/00518, 17/00519, 17/03078 en 17/03080.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 april 2018
ECLI:NL:PHR:2018:336Hoge Raad · 5 juni 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:835
Uitspraak
5 juni 2018
Strafkamer
nr. S 17/00517
CeH/ARA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 18 januari 2017, nummer 21/007118-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in het bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juni 2018.