Strafrecht overig
Oplegging TBS met dwangverpleging t.z.v. poging doodslag op ex-partner. Middel klaagt dat Hof bij zijn…
Hoge Raad, 19 juni 2018
ECLI:NL:HR:2018:954 · Hoge Raad · 19 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-954
Zaakgegevens
Op 19 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 juni 2018
- Datum publicatie
- 20 juni 2018
- Zaaknummer
- 17/04688
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:954
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Oplegging TBS met dwangverpleging t.z.v. poging doodslag op ex-partner. Middel klaagt dat Hof bij zijn oordeel dat verdachte afgestraft en onbehandeld een te groot gevaar vormt voor anderen in aanmerking heeft genomen “dat het niet onaannemelijk is dat verdachte in de relationele sfeer vaker is overgegaan tot toepassing van geweld”. HR: art. 81.1 RO. CAG o.m. over de vraag of bij de toetsing aan het gevaarscriterium i.h.k.v. oplegging TBS acht mag worden geslagen op strafbare feiten die door een verdachte worden ontkend en waarvoor hij niet onherroepelijk is veroordeeld.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 7 juni 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:2242Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 april 2018
ECLI:NL:PHR:2018:387Hoge Raad · 19 juni 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:954
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
19 juni 2018
Strafkamer
nr. S 17/04688
LBS/NA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 7 juni 2017, nummer 23/000505-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juni 2018.