Strafrecht overig
Wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg, art. 180 jo. 181.1 Sr. 1. Onderzoek in e.a. nietig, nu…
Hoge Raad, 25 juni 2019
ECLI:NL:HR:2019:1015 · Hoge Raad · 25 juni 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1015
Zaakgegevens
Op 25 juni 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 juni 2019
- Datum publicatie
- 20 juni 2019
- Zaaknummer
- 17/04099
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1015
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg, art. 180 jo. 181.1 Sr. 1. Onderzoek in e.a. nietig, nu p-v tz. in e.a. ontbreekt? 2. Bewijsklachten t.a.v. “werkzaam in de rechtmatige bediening, te weten noodhulpsurveillance”. Bepaalde in bewijsoverweging aangehaalde omstandigheden volgen niet uit b.m. 3. Motivering toewijzing vordering b.p. HR: art. 81.1 RO. CAG t.a.v. niet met voldoende nauwkeurigheid b.m. aanduiden waaraan redengevende omstandigheden zijn ontleend: Verzuim behoeft niet tot cassatie te leiden o.m. omdat onderdeel p-v in b.m. kennelijk per abuis is weggevallen in weergave ervan, zodat verdachte onvoldoende rechtens te respecteren belang heeft bij cassatie.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 15 augustus 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:4809Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 mei 2019
ECLI:NL:PHR:2019:669Hoge Raad · 25 juni 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1015
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 17/04099
Datum 25 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 augustus 2017, nummer 23/002572-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2019.