Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Hof heeft bij schatting w.v.v. oogst betrokken die heeft…
Hoge Raad, 9 juli 2019
ECLI:NL:HR:2019:1139 · Hoge Raad · 9 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1139
Zaakgegevens
Op 9 juli 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juli 2019
- Datum publicatie
- 8 juli 2019
- Zaaknummer
- 18/00070
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1139
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Hof heeft bij schatting w.v.v. oogst betrokken die heeft plaatsgevonden vóór bewezenverklaarde periode. ’s Hofs oordeel dat betrokkene d.m.v. of uit baten van bewezenverklaard feit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen begrijpelijk? HR: art. 81.1 RO. CAG: Verbeterde lezing uitspraak Hof, in die zin dat “door middel van of uit baten van het bewezenverklaarde feit” wordt gelezen als “uit het bewezenverklaarde handelen en andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door hem zijn begaan”.
Procesgang
Uitspraak · 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:5468Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 juni 2019
ECLI:NL:PHR:2019:759Hoge Raad · 9 juli 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1139
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/00070
Datum 9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 20 december 2017, nummer 23/003205-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de betrokkene.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.