Strafrecht overig
Economische zaak. Niet voldoen aan plicht tot publicatie jaarrekening, begaan door rechtspersoon (overtreding…
Hoge Raad, 9 juli 2019
ECLI:NL:HR:2019:1140 · Hoge Raad · 9 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1140
Zaakgegevens
Op 9 juli 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juli 2019
- Datum publicatie
- 8 juli 2019
- Zaaknummer
- 18/00266
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1140
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Economische zaak. Niet voldoen aan plicht tot publicatie jaarrekening, begaan door rechtspersoon (overtreding voorschrift art. 2:394 BW). Staan art. 7 en 16 Handvest en art. 8 EVRM in de weg aan kwalificatie van bewezenverklaarde als strafbaar feit, nu weigering om te publiceren is gelegen in wens om aan personen in kleine gemeenschap van Genemuiden, waarin B.V. is gevestigd, geen inzicht te verschaffen in financiële gegevens van B.V. en daarbij betrokken natuurlijke personen? HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 april 2019
ECLI:NL:PHR:2019:761Hoge Raad · 9 juli 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1140
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/00266
Datum 9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Economische Kamer, van 22 december 2017, nummer 21/002186-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben D.G.J. Sanderink, advocaat te Enschede, en D. Greven, advocaat te Borne, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman Sanderink heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.