Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op woning, bankrekeningen, auto’s en geldbedragen onder klager i.h.k.v…
Hoge Raad, 17 september 2019
ECLI:NL:HR:2019:1345 · Hoge Raad · 17 september 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1345
Zaakgegevens
Op 17 september 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 september 2019
- Datum publicatie
- 16 september 2019
- Zaaknummer
- 18/01485
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1345
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op woning, bankrekeningen, auto’s en geldbedragen onder klager i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen klager t.z.v. verdenking van (gewoonte)witwassen. Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsman tijdens behandeling in raadkamer teneinde door OvJ doorgestuurde stukken (exploten, bevelen en p-v’s conservatoir beslag) te kunnen doorlezen, door Rb (in dit stadium van onderzoek) afgewezen o.g.v. overweging dat klager extra stukken reeds in eerder stadium heeft ontvangen en raadsman dus bekend zou moeten zijn met stukken. Aanhoudingsverzoek toereikend gemotiveerd afgewezen? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 18/01486 B.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 juni 2019
ECLI:NL:PHR:2019:897Hoge Raad · 17 september 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1345
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/01485
Datum 17 september 2019
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 22 maart 2018, nummer RK 18/224, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,
hierna: de klager.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2019.