Strafrecht overig

Zedenzaak te Eerde, ontucht met minderjarigen. Bewijsklachten over (1) betrouwbaarheid verklaringen aangevers…

Hoge Raad, 24 september 2019

Zaakgegevens

Op 24 september 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 september 2019
Datum publicatie
24 september 2019
Zaaknummer
18/04779
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1417
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Zedenzaak te Eerde, ontucht met minderjarigen. Bewijsklachten over (1) betrouwbaarheid verklaringen aangevers en (2) gebruik van schakelbewijs. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 augustus 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:3430
  2. Conclusie A-G · 25 juni 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:668
  3. Hoge Raad · 24 september 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1417

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/04779

Datum 24 september 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 augustus 2018, nummer 20/003714-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2019.