Strafrecht overig
Rijden terwijl verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Kan uit op…
Hoge Raad, 1 oktober 2019
ECLI:NL:HR:2019:1466 · Hoge Raad · 1 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1466
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2019
- Datum publicatie
- 30 september 2019
- Zaaknummer
- 17/06079
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1466
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Rijden terwijl verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Kan uit op 14-4-2016 bij politie afgelegde verklaring van verdachte inhoudende dat hem toen is verteld dat geldigheid van zijn rijbewijs met ingang van 30-11-2015 was geschorst en uit op tz. in h.b. afgelegde verklaring van verdachte inhoudende dat hij dacht dat zijn rijbewijs op 4-7-2016 weer geldig was gelet op lang tijdsverloop en recente rechtszaak, worden afgeleid dat verdachte op 4-7-2016 wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst? HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 juli 2019
ECLI:NL:PHR:2019:983Hoge Raad · 1 oktober 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1466
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 17/06079
Datum 1 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 14 november 2017, nummer 21/001154-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2019.