Strafrecht overig
Aanwezig hebben van grote hoeveelheid hennep en hasj, art. 3.C Opiumwet. 1. Bewijsklacht. 2. Verweer…
Hoge Raad, 11 oktober 2019
ECLI:NL:HR:2019:1576 · Hoge Raad · 11 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1576
Zaakgegevens
Op 11 oktober 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 oktober 2019
- Datum publicatie
- 10 oktober 2019
- Zaaknummer
- 17/05333
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1576
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanwezig hebben van grote hoeveelheid hennep en hasj, art. 3.C Opiumwet. 1. Bewijsklacht. 2. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting. 3. Strafmotivering. HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 september 2019
ECLI:NL:PHR:2019:929Hoge Raad · 11 oktober 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1576
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 17/05333
Datum 11 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 oktober 2017, nummer 23/001632-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I. Appel, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2019.