Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv en 94a Sv op sloep onder ander t.z.v. verdenking van hennepteelt. 1. Heeft Rb…
Hoge Raad, 10 december 2019
ECLI:NL:HR:2019:1923 · Hoge Raad · 10 december 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1923
Zaakgegevens
Op 10 december 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 december 2019
- Datum publicatie
- 6 december 2019
- Zaaknummer
- 19/00302
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1923
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv en 94a Sv op sloep onder ander t.z.v. verdenking van hennepteelt. 1. Heeft Rb ten onrechte niet beslist op beklag, v.zv. gericht tegen ex art. 94 Sv gelegd beslag? 2. Heeft Rb juiste maatstaf aangelegd bij beoordeling klaagschrift, v.zv. gericht tegen ex art. 94a Sv gelegd beslag? 3. Motivering oordeel Rb dat klager niet buiten redelijke twijfel als eigenaar van sloep is aan te merken. Is inbeslaggenomen sloep registergoed? 4. Ontbreken p-v betreffende uitspreken van bestreden beschikking. HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 oktober 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1291Hoge Raad · 10 december 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1923
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/00302
Datum 10 december 2019
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 18 december 2018, nummer RK 18/2036, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de klager.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben Th.J. Kelder en S.W.M. Stevens, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2019.