Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto’s onder klager t.z.v. verdenking van heling. Beschikking Rb ten onrechte…

Hoge Raad, 10 december 2019

Zaakgegevens

Op 10 december 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 december 2019
Datum publicatie
10 december 2019
Zaaknummer
18/03349
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1930
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto’s onder klager t.z.v. verdenking van heling. Beschikking Rb ten onrechte gewezen tegen vader van klager i.p.v. tegen klager? HR: art. 81.1 RO. CAG: Bestreden beschikking dient op dit punt verbeterd te worden gelezen.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 29 oktober 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1062
  2. Hoge Raad · 10 december 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1930

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/03349 B

Datum 10 december 2019

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 3 mei 2018, nummer RK 18/303, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend

door

[klager],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de klager.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft R.D.J. Visschers, advocaat te Zutphen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 december 2019.