Strafrecht overig

Uitkeringsfraude door jarenlang te verzwijgen dat verdachte in Frankrijk samenwoonde en gezamenlijke…

Hoge Raad, 17 december 2019

Zaakgegevens

Op 17 december 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 december 2019
Datum publicatie
17 december 2019
Zaaknummer
18/00696
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1976
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitkeringsfraude door jarenlang te verzwijgen dat verdachte in Frankrijk samenwoonde en gezamenlijke huishouding voerde met een ander, art. 227b Sr. Strafmotivering. Hof heeft in Frankrijk woonachtige verdachte veroordeeld tot gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, en daarbij overwogen dat een taakstraf niet tot de mogelijkheden behoort, nu verdachte woonachtig is in Frankrijk en hoogte van de op te leggen taakstraf alsdan onder de minimale duur voor overdracht komt te liggen. Heeft Hof mogelijkheid van tul van een taakstraf in ander EU-land miskend? HR: art. 81.1 RO. CAG: overweging Hof niet z.m. begrijpelijk, maar verdachte onvoldoende belang bij klacht omdat in h.b. niet is verzocht om oplegging taakstraf, doch slechts om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en te volstaan met voorwaardelijke straf.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:443
  2. Conclusie A-G · 5 november 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1072
  3. Hoge Raad · 17 december 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1976

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/00696

Datum 17 december 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 januari 2018, nummer 20/003738-13, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2019.