Strafrecht overig
Opzettelijk ontploffing teweeg brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor…
Hoge Raad, 19 maart 2019
ECLI:NL:HR:2019:392 · Hoge Raad · 19 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-392
Zaakgegevens
Op 19 maart 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 maart 2019
- Datum publicatie
- 19 maart 2019
- Zaaknummer
- 18/00893
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:392
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Opzettelijk ontploffing teweeg brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor ander te duchten is door in zijn huurwoning brandbare spullen met benzine te overgieten en in brand te steken, ten gevolge waarvan gevel van woning is weggeslagen en dichtbij geparkeerde auto’s zwaar zijn beschadigd (art. 157.1 en 157.3 Sr) en voorhanden hebben vlindermes (art. 13.1 WWM). Opgelegde voorwaarde i.h.k.v. TBS met voorwaarden, inhoudende dat verdachte een betaalde dan wel onbetaalde zinvolle dagbesteding dient te hebben, te vaag en te algemeen? HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Rechtbank Gelderland · 24 februari 2017
ECLI:NL:RBGEL:2017:951Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 januari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:103Hoge Raad · 19 maart 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:392
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
19 maart 2019
Strafkamer
nr. S 18/00893
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 19 februari 2018, nummer 21/001217-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2019.