Strafrecht overig

Grootschalige hypotheekfraude, megazaak Peseta. Medeplegen witwassen, meermalen gepleegd (art. 420bis.1.b…

Hoge Raad, 16 april 2019

Zaakgegevens

Op 16 april 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 april 2019
Datum publicatie
17 april 2019
Zaaknummer
17/02829
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:628
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Grootschalige hypotheekfraude, megazaak Peseta. Medeplegen witwassen, meermalen gepleegd (art. 420bis.1.b Sr), medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter jo. 420bis.1.b Sr) en medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) door samen met ander werkgeversverklaringen en loonafrekeningen t.b.v. hypotheekaanvraag valselijk op te maken teneinde aanschaf 2 woningen voor die ander te financieren en vervolgens huurinkomsten van die woningen te ontvangen. 1. Betrouwbaarheid getuigenverklaringen. 2. Bewijsklachten. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/01580, 17/01394, 17/01622, 17/01668, 17/02690 en 17/02831.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 februari 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:420
  2. Hoge Raad · 16 april 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:628

Uitspraak

16 april 2019

Strafkamer

nr. S 17/02829

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 13 maart 2017, nummer 21/001126-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.G. Wattilete, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;

vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 228 uren, subsidiair 114 dagen hechtenis, belopen;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 april 2019.