Strafrecht overig

Onbruikbaar maken van een politiecel door aldaar te urineren en te braken, art. 350.1 Sr. 1. Verweer dat geen…

Hoge Raad, 4 juni 2019

Zaakgegevens

Op 4 juni 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 juni 2019
Datum publicatie
31 mei 2019
Zaaknummer
17/03822
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:835
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Onbruikbaar maken van een politiecel door aldaar te urineren en te braken, art. 350.1 Sr. 1. Verweer dat geen sprake was van een wederrechtelijke gedraging. 2. Verweer dat sprake was van onmenselijke of vernederende behandeling a.b.i. art. 3 EVRM of 7 IVBPR. 3. Toewijzing vordering b.p. namens politie voor schoonmaakkosten. HR: art. 81.1 RO. CAG t.a.v. vordering b.p.: doorkruisingsleer t.a.v. vraag of overheid in aanvulling op publiekrechtelijke bevoegdheden gebruik mag maken van privaatrecht, staat er niet aan in de weg dat de politie zich voegt als b.p. in strafproces, omdat de opvatting dat de door de politie gevorderde schoonmaakkosten verband houden met de uitvoering van een publiekrechtelijke taak, onjuist is.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:3537
  2. Conclusie A-G · 9 april 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:186
  3. Hoge Raad · 4 juni 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:835

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/03822

Datum 4 juni 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 augustus 2017, nummer 20/003486-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft
S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2019.