Strafrecht overig
OM-cassatie. Beklag, klaagschrift ex art. 552a Sv ingediend door verpleegkundige (centralist meldkamer) en…
Hoge Raad, 2 juni 2020
ECLI:NL:HR:2020:1008 · Hoge Raad · 2 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1008
Zaakgegevens
Op 2 juni 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 juni 2020
- Datum publicatie
- 2 juni 2020
- Zaaknummer
- 20/00613
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1008
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OM-cassatie. Beklag, klaagschrift ex art. 552a Sv ingediend door verpleegkundige (centralist meldkamer) en haar werkgever (geneeskundige meldkamer) tegen vordering OvJ tot verstrekking van gevoelige gegevens (meldkamergesprek) ex art. 126nf Sv, nadat alarmnummer van meldkamer is gebeld i.v.m. aantreffen van bejaarde vrouw die is overleden en vervolgens o.g.v. nader onderzoek vermoeden is gerezen van misdrijf. Verschoningsrecht verpleegkundige en afgeleid verschoningsrecht geneeskundige meldkamer, art. 218 Sv. 1. Verzuim onderzoek in raadkamer aan te houden in afwachting van nadere door OM aan te leveren informatie. 2. Is sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die verschoningsrecht kunnen doorbreken? HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 april 2020
ECLI:NL:PHR:2020:315Hoge Raad · 2 juni 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1008
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/00613 Bv
Datum 2 juni 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 7 november 2019, nummers RK 19/3075 en RK 19/3184, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster 1],
en
[klaagster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats].
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2020.