Strafrecht overig

Onttrekken van een auto aan het beslag, art. 198 Sr. Bewijsklachten over een onjuiste interpretatie van art…

Hoge Raad, 23 juni 2020

Zaakgegevens

Op 23 juni 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 juni 2020
Datum publicatie
17 juni 2020
Zaaknummer
19/00900
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1071
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Onttrekken van een auto aan het beslag, art. 198 Sr. Bewijsklachten over een onjuiste interpretatie van art. 198.1 Sr en verwerping verweer van verdachte t.a.v. bevoegdheid van de deurwaarder. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 30 oktober 2018

    ECLI:NL:GHDHA:2018:2891
  2. Conclusie A-G · 17 maart 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:624
  3. Hoge Raad · 23 juni 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1071

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/00900

Datum 23 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 oktober 2018, nummer 22/001874-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.A.M. van Oers, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2020.