Strafrecht overig

OM-cassatie. Vervolging ouders n.a.v. overlijden van hun 8 maanden oude baby t.g.v. geweld in 2010…

Hoge Raad, 30 juni 2020

Zaakgegevens

Op 30 juni 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 juni 2020
Datum publicatie
24 juni 2020
Zaaknummer
19/01313
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1124
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

OM-cassatie. Vervolging ouders n.a.v. overlijden van hun 8 maanden oude baby t.g.v. geweld in 2010. Vrijspraak vader t.z.v. medeplegen gekwalificeerde mishandeling (art. 300.2 en 300.3 jo. 304.1 Sr) en in hulpeloze toestand laten van aan zijn zorg toevertrouwde baby (art. 255 Sr). 1. Vrijspraak medeplegen gekwalificeerde mishandeling. 2. Vrijspraak opzet op in hulpeloze toestand laten van baby. HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op beperkte toetsingsruimte vrijspraak in cassatie. Samenhang met 19/01315.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 8 maart 2019

    ECLI:NL:GHAMS:2019:787
  2. Conclusie A-G · 3 maart 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:182
  3. Hoge Raad · 30 juni 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1124

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01313

Datum 30 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 8 maart 2019, nummer 23/003762-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsvrouw van de verdachte, J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2020.