Strafrecht overig
Medeplegen ‘doen uitgaan’ naar Duitsland van vuurwapens en munitie (meermalen gepleegd) bestemd voor nieuw…
Hoge Raad, 30 juni 2020
ECLI:NL:HR:2020:1170 · Hoge Raad · 30 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1170
Zaakgegevens
Op 30 juni 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 juni 2020
- Datum publicatie
- 30 juni 2020
- Zaaknummer
- 19/03112
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1170
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen ‘doen uitgaan’ naar Duitsland van vuurwapens en munitie (meermalen gepleegd) bestemd voor nieuw opgerichte “chapter” van motorclub in Duisburg i.h.k.v. bendeoorlog met andere motorclub, art. 14.1 WWM. 1. Afwijzing (voorwaardelijke) getuigenverzoeken. 2. Bewijsklacht feit 1. Bewezenverklaring gedragingen met nader omschreven wapens slechts mogelijk o.b.v. ‘wapenrapportage’? 3. Bewijsklacht feit 1. Blijkt uit b.m. dat met verdachte over wapens is gesproken en dat verdachte op de hoogte was van feit dat er wapens zouden worden geleverd? 4. Bewijsminimum art. 342.2. Sv (unus testis). 5. Bewijsklacht feit 2. Volgt uit b.m. dat verdachte als ‘medepleger’ vuurwapen en munitie heeft doen uitgaan naar Duitsland? 6. Bewijsklacht feiten 1 en 2. Heeft hof uit b.m. kunnen afleiden dat overbrengen van vuurwapens en munitie naar Duitsland ‘zonder consent’ plaatsvond? HR: art. 81. RO. Samenhang met 19/03114.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 april 2020
ECLI:NL:PHR:2020:333Hoge Raad · 30 juni 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1170
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/03112
Datum 30 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 juni 2019, nummer 21-000545-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2020.