3.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman van de verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van het primair ten laste gelegde, zoals uiteengezet in een door hem overlegde pleitnota.
Kort gezegd heeft de raadsman bepleit dat de vereniging Bandidos MC Holland inderdaad verboden is verklaard, maar dat dit verbod niet geldt voor alle Bandidos-verenigingen, zoals de lokale chapters. De raadsman heeft erop gewezen dat de Hoge Raad in zijn arrest van 24 april 2020 uiteen heeft gezet dat lokale chapters van de Bandidos zelfstandige verenigingen zijn en dat het verbod van Bandidos MC Holland zich niet uitstrekt over de lokale verenigingen.
De raadsman heeft voorts gesteld dat in de tenlastelegging het verwijt aan verdachte wordt gemaakt dat hij een hesje zou hebben gedragen dat nagenoeg gelijk was aan een hesje van de verboden Bandidos MC Holland. Echter hier was sprake van een hesje van een andere club namelijk Bandidos MC Amsterdam. Relevant is de juridische vaststelling dat het om verschillende rechtspersonen gaat. Bandidos MC Amsterdam bestond al voordat Bandidos MC Holland verboden werd en droeg ook voorafgaand aan dat verbod al de kleding die nu in beslag genomen is. Bandidos MC Amsterdam kan derhalve op geen enkele wijze worden gezien als voortzetting van de verboden vereniging Bandidos MC Holland.
Voorts stelt de raadsman dat het dragen van een Bandidosvest, terwijl er geen sprake is van activiteiten waardoor Bandidos MC Holland verboden is, niet kan leiden tot de conclusie dat de verdachte de werkzaamheid van een verboden vereniging heeft voortgezet.
Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat sprake is van de buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond afwezigheid van alle schuld, nu de verdachte in de veronderstelling was dat het verbod niet gold voor zijn club en hij dus verontschuldigbaar heeft gedwaald omtrent het geldende recht.