Strafrecht overig

Motiveringsklacht over het op onjuiste gronden verwerpen van het beroep op (extensief) noodweerexces, art. 41…

Hoge Raad, 3 november 2020

Zaakgegevens

Op 3 november 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 november 2020
Datum publicatie
27 oktober 2020
Zaaknummer
19/01888
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1691
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Motiveringsklacht over het op onjuiste gronden verwerpen van het beroep op (extensief) noodweerexces, art. 41 Sr. CAG strekkende tot verwerping, o.m. over de vraag of het oordeel van het hof dat geen sprake was van ‘invoelbaar emotioneel overreageren’ maar van handelingen die van een zekere rationaliteit en berekenbaarheid getuigen, begrijpelijk is. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 27 maart 2019

    ECLI:NL:GHDHA:2019:663
  2. Conclusie A-G · 15 september 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:806
  3. Hoge Raad · 3 november 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1691

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/01888

Datum 3 november 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 maart 2019, nummer 22-002466-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1938,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2020.