Strafrecht overig
Feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van medeplegen van opzettelijk onjuiste…
Hoge Raad, 10 november 2020
ECLI:NL:HR:2020:1758 · Hoge Raad · 10 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1758
Zaakgegevens
Op 10 november 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 november 2020
- Datum publicatie
- 9 november 2020
- Zaaknummer
- 19/04460
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1758
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Feitelijk leiding geven aan het door een rechtspersoon begaan van medeplegen van opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting doen (art. 69 AWR), van valsheid in geschrift (art. 225.2 Sr) en van in valse vorm beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en/of (andere) gegevensdragers ertoe strekkende dat te weinig belasting wordt geheven (art. 68 AWR). Vervolgingsuitsluitingsgrond ex art. 69.4 AWR van toepassing t.z.v. valsheid in geschrift? HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Uitspraak · 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:3076Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 september 2020
ECLI:NL:PHR:2020:813Hoge Raad · 10 november 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1758
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/04460
Datum 10 november 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 september 2019, nummer 22/000008-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 november 2020.