Strafrecht overig

Hasjtransporten vanuit Marokko naar België en NL door koeriers in geprepareerde auto’s. Falende…

Hoge Raad, 1 december 2020

Zaakgegevens

Op 1 december 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 december 2020
Datum publicatie
30 november 2020
Zaaknummer
19/02449
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1907
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hasjtransporten vanuit Marokko naar België en NL door koeriers in geprepareerde auto’s. Falende bewijsklachten. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/02678.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 8 februari 2017

    ECLI:NL:GHARL:2017:11538
  2. Conclusie A-G · 22 september 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1136
  3. Hoge Raad · 1 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1907

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/02449

Datum 1 december 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 mei 2019, nummer 21-002706-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1965,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en I.N. Weski, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2020.