Strafrecht overig
Opzettelijk telen van hennep (art. 3.B. Opiumwet), diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1.5…
Hoge Raad, 8 december 2020
ECLI:NL:HR:2020:1936 · Hoge Raad · 8 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1936
Zaakgegevens
Op 8 december 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 december 2020
- Datum publicatie
- 2 december 2020
- Zaaknummer
- 19/02748
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1936
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Opzettelijk telen van hennep (art. 3.B. Opiumwet), diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr) op twee verschillende locaties (Wolvega en Hardegarijp) en vuurwapenbezit (art. 26. 1 WWM). 1. Bewijsklacht m.b.t. het opzettelijk telen van hennep en hoeveelheid weggenomen elektrische energie in Wolvega, 2. Motiveringsklacht betrouwbaarheid getuigenverklaring en 3. Bewijsklacht redengevendheid b.m. hennepkwekerij en diefstal van elektriciteit in Hardegarijp. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/02747.
Procesgang
Uitspraak · 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:4659Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 oktober 2020
ECLI:NL:PHR:2020:1154Hoge Raad · 8 december 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1936
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/02748
Datum 8 december 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 mei 2019, nummer 21-003377-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2020.