Strafrecht overig

Jeugdzaak. Mishandeling door ander eenmaal tegen lichaam te stompen, art. 300.1 Sr. 1. Bewijsklacht. Heeft…

Hoge Raad, 15 december 2020

Zaakgegevens

Op 15 december 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 december 2020
Datum publicatie
15 december 2020
Zaaknummer
19/04312
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:2055
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Jeugdzaak. Mishandeling door ander eenmaal tegen lichaam te stompen, art. 300.1 Sr. 1. Bewijsklacht. Heeft aangever pijn ondervonden door enkele stomp van verdachte tegen diens lichaam? 2. Beroep op noodweer. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:8089
  2. Conclusie A-G · 3 november 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1005
  3. Hoge Raad · 15 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:2055

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04312 J

Datum 15 december 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 september 2019, nummer 21-007140-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2020.