Strafrecht overig
Hennepteelt (art. 3.B Opiumwet), aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet) en diefstal van elektriciteit…
Hoge Raad, 12 mei 2020
ECLI:NL:HR:2020:845 · Hoge Raad · 12 mei 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-845
Zaakgegevens
Op 12 mei 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 mei 2020
- Datum publicatie
- 11 mei 2020
- Zaaknummer
- 19/01146
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:845
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hennepteelt (art. 3.B Opiumwet), aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet) en diefstal van elektriciteit (art. 310 Sr). Klachten m.b.t. (1) verbeurdverklaring in beslag genomen apparatuur voor het ‘minen’ van bitcoins en het oordeel hof dat die apparatuur een voorwerp is m.b.t. welke het feit is begaan en (2) de beslissing tot teruggave aan verdachte van in beslag genomen, nog niet teruggegeven, bitcoins en het oordeel hof dat voor de tegenwaarde bepalend is de waarde van de bitcoins t.t.v. vervreemding daarvan door OM. HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 24 oktober 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:2821Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 maart 2020
ECLI:NL:PHR:2020:249Hoge Raad · 12 mei 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:845
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/01146
Datum 12 mei 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 oktober 2018, nummer 22/004655-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2020.