Strafrecht overig

Poging doodslag, art. 45, 287 Sr, gepleegd in augustus 2017 in Haarlem. Middel over voorwaardelijk opzet op…

Hoge Raad, 19 mei 2020

Zaakgegevens

Op 19 mei 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 mei 2020
Datum publicatie
17 mei 2020
Zaaknummer
19/04410
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:897
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging doodslag, art. 45, 287 Sr, gepleegd in augustus 2017 in Haarlem. Middel over voorwaardelijk opzet op de dood bij het tweede schot in het bovenbeen en middel over de verwerping van het beroep op (putatief) noodweer(exces) bij beide schoten. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 23 september 2019

    ECLI:NL:GHAMS:2019:3415
  2. Conclusie A-G · 24 maart 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:272
  3. Hoge Raad · 19 mei 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:897

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04410

Datum 19 mei 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 september 2019, nummer 23/000890-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Grijsen, advocaat te Almere, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouw heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2020.