Strafrecht overig

Straatroof in Breda. Diefstal met geweld op de openbare weg, art. 312.2.1 Sr. Ondervragingsrecht. Schending…

Hoge Raad, 2 juni 2020

Zaakgegevens

Op 2 juni 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 juni 2020
Datum publicatie
28 mei 2020
Zaaknummer
19/00606
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:980
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Straatroof in Breda. Diefstal met geweld op de openbare weg, art. 312.2.1 Sr. Ondervragingsrecht. Schending art. 6 EVRM, nu hof verklaringen van aangever voor bewijs heeft gebruikt, terwijl verdediging hem in geen enkel stadium van het geding heeft kunnen ondervragen? HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 7 april 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:307
  2. Hoge Raad · 2 juni 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:980

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/00606

Datum 2 juni 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 december 2018, nummer 20/003663-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Broere, advocaat te Roosendaal, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2020.