Strafrecht overig

Eenvoudige belediging ambtenaar in functie (art. 266 jo. 267 Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). Middel…

Hoge Raad, 7 september 2021

Zaakgegevens

Op 7 september 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 september 2021
Datum publicatie
3 augustus 2021
Zaaknummer
20/00388
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1186
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Eenvoudige belediging ambtenaar in functie (art. 266 jo. 267 Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). Middel over het achteraf herstellen van het ontbreken van handtekeningen op processtukken i.v.m. COVID-19 (artt. 327, 365a en 365b Sv). HR: art. 81.RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2020

    ECLI:NL:GHDHA:2020:48
  2. Conclusie A-G · 6 juli 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:676
  3. Hoge Raad · 7 september 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1186

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/00388

Datum 7 september 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 22 januari 2020, nummer 22-002116-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur en aanvullende schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 september 2021.