Strafrecht overig
Medeplegen witwassen van boot en caravan (art. 420bis.1.a Sr), valsheid in geschrift m.b.t. koopovereenkomst…
Hoge Raad, 28 september 2021
ECLI:NL:HR:2021:1387 · Hoge Raad · 28 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-1387
Zaakgegevens
Op 28 september 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 september 2021
- Datum publicatie
- 27 september 2021
- Zaaknummer
- 19/05436
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1387
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen witwassen van boot en caravan (art. 420bis.1.a Sr), valsheid in geschrift m.b.t. koopovereenkomst van gebruikt pleziervaartuig (art. 225.2 Sr) en voorhanden hebben nagebootst vuurwapen (art. 13.1 WWM) door (oud-)lid van gemeenteraad in Stichtse Vecht. 1. Bewijsklachten witwassen. 2. Bewijsklachten valsheid in geschrift. Heeft verdachte opzet op gebruik van vals of vervalst document? 3. Strafmotivering. Was eerdere veroordeling t.z.v. schending ambtsgeheim, waaraan hof bij strafoplegging heeft gerefereerd, onherroepelijk t.t.v. bewezenverklaarde feiten en betreft die eerdere veroordeling een soortgelijk feit? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/05515, 19/05652, 19/05701 P en 19/05868 P.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 juni 2021
ECLI:NL:PHR:2021:659Hoge Raad · 28 september 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1387
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/05436
Datum 28 september 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2019, nummer 21-001813-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.A.A. Postma, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 september 2021.