Strafrecht overig

Poging tot doodslag door meerdere keren met barkruk te slaan (art. 287 Sr). Middel over verwerping beroep op…

Hoge Raad, 7 december 2021

Zaakgegevens

Op 7 december 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 december 2021
Datum publicatie
6 december 2021
Zaaknummer
20/03538
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1829
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot doodslag door meerdere keren met barkruk te slaan (art. 287 Sr). Middel over verwerping beroep op (putatief) noodweer en noodweerexces. O.m. klacht over ’s hofs oordeel dat voor beoordeling van het feitencomplex niet relevant is of verdachte voorafgaand aan het slaan met barkruk met een mes is bedreigd. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 oktober 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:8463
  2. Conclusie A-G · 19 oktober 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1142
  3. Hoge Raad · 7 december 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1829

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/03538

Datum 7 december 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 oktober 2020, nummer 21-000561-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.P. van der Graaf en L.C. de Lange, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 december 2021.