Strafrecht overig
Poging tot doodslag door ex-echtgenote met kracht tegen het hoofd te stompen (art. 287 Sr), mishandeling van…
Hoge Raad, 21 december 2021
ECLI:NL:HR:2021:1948 · Hoge Raad · 21 december 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-1948
Zaakgegevens
Op 21 december 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 december 2021
- Datum publicatie
- 22 december 2021
- Zaaknummer
- 20/02844
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1948
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Poging tot doodslag door ex-echtgenote met kracht tegen het hoofd te stompen (art. 287 Sr), mishandeling van twee personen die probeerden verdachte tegen te houden (art. 300.1 Sr) en vernieling (art. 350.1 Sr). 1. Strafmotivering (gevangenisstraf van 5 jaren). Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. strafoplegging. 2. Vordering benadeelde partij. Toewijzing vordering b.p. in het licht van art. 361.4 Sv toereikend gemotiveerd gelet op betwisting schadeposten door raadsman verdachte? HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Rechtbank Noord-Nederland · 18 februari 2020
ECLI:NL:RBNNE:2020:761Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 september 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:6912Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 november 2021
ECLI:NL:PHR:2021:1222Hoge Raad · 21 december 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1948
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/02844
Datum 21 december 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 september 2020, nummer 21-000979-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S. Weening, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partij [benadeelde] heeft M.J. de Vries, advocaat te Groningen, een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 december 2021.