Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. Middel over afwijzing…

Hoge Raad, 9 februari 2021

Zaakgegevens

Op 9 februari 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 februari 2021
Datum publicatie
8 februari 2021
Zaaknummer
20/00441
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:196
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. Middel over afwijzing getuigenverzoek. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 8 december 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1254
  2. Hoge Raad · 9 februari 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:196

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/00441 P

Datum 9 februari 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 31 januari 2020, nummer 23-000867-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft D. Bektesevic, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2021.