Strafrecht overig

Opzettelijk gebruik maken van niet op zijn naam gesteld reisdocument, art. 231.2 Sr. 1. Aanwezigheidsrecht in…

Hoge Raad, 13 april 2021

Zaakgegevens

Op 13 april 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 april 2021
Datum publicatie
12 april 2021
Zaaknummer
19/03972
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:565
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Opzettelijk gebruik maken van niet op zijn naam gesteld reisdocument, art. 231.2 Sr. 1. Aanwezigheidsrecht in h.b. Dient adres in vordering OvJ te worden aangemerkt als adresopgave a.b.i. art. 588a.1 (oud) Sv en had dagvaarding in h.b. moeten worden vertaald in een voor verdachte (Guineese nationaliteit) begrijpelijke taal? 2. Overschrijding redelijke termijn bij betekening verstekmededeling ex art. 366 Sv. HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2012

    ECLI:NL:GHSGR:2012:3732
  2. Conclusie A-G · 2 maart 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:378
  3. Hoge Raad · 13 april 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:565

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03972

Datum 13 april 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 juli 2012, nummer 22-003958-11, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Grijsen, advocaat te Almere, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 april 2021.