Strafrecht overig

Voorhanden hebben vuurwapen cat. III en munitie (art. 26.1 WWM) en opzettelijk aanwezig hebben cocaïne (art…

Hoge Raad, 6 juli 2021

Zaakgegevens

Op 6 juli 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 juli 2021
Datum publicatie
10 juni 2021
Zaaknummer
19/04307
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:902
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorhanden hebben vuurwapen cat. III en munitie (art. 26.1 WWM) en opzettelijk aanwezig hebben cocaïne (art. 2C Opiumwet). Middel m.b.t. verwerping verweer dat veiligheidsfouillering onrechtmatig was. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 17 september 2019

    ECLI:NL:GHAMS:2019:3401
  2. Conclusie A-G · 25 mei 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:509
  3. Hoge Raad · 6 juli 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:902

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04307

Datum 6 juli 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 september 2019, nummer 23-004126-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Klunder, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2021.