Strafrecht overig
Medeplegen van hennepteelt in Duitsland en invoeren en verwerken van die hennep (art. 3.A en 3.B Opiumwet)…
Hoge Raad, 12 juli 2022
ECLI:NL:HR:2022:1064 · Hoge Raad · 12 juli 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1064
Zaakgegevens
Op 12 juli 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 juli 2022
- Datum publicatie
- 8 juli 2022
- Zaaknummer
- 20/03510
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1064
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen van hennepteelt in Duitsland en invoeren en verwerken van die hennep (art. 3.A en 3.B Opiumwet), bezit xtc-tabletten (art. 2.C Opiumwet), opzettelijk gebruikmaken van een vals schade-aanmeldingsformulier (art. 225.2 Sr), (medeplegen van) witwassen (art. 420bis.1.b Sr) en als leider deelnemen aan een criminele organisatie (art. 140.1 en 140.4 Sr). 1. Afwijzing getuigenverzoek. 2. Bewijs- en uos-klachten hennepfeiten en criminele organisatie. 3. Bewijsklacht (opzet op) valsheid schade-aanmeldingsformulier. 4. Tegenstrijdigheid m.b.t. witgewassen geldbedragen en gebruik voor bewijs van niet-redengevend tapgesprek. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/03419, 20/03425, 20/03447, 20/03461 en 20/003468.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 april 2022
ECLI:NL:PHR:2022:351Hoge Raad · 12 juli 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1064
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03510
Datum 12 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 oktober 2020, nummer 20-002461-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2022.