Strafrecht overig

Poging tot het dwingen van stagiair om ontslag te nemen bij beveiligingsbedrijf van verdachte door bedreiging…

Hoge Raad, 13 september 2022

Zaakgegevens

Op 13 september 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 september 2022
Datum publicatie
29 juli 2022
Zaaknummer
21/01154
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1115
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot het dwingen van stagiair om ontslag te nemen bij beveiligingsbedrijf van verdachte door bedreiging met smaad, art. 284.1.2 Sr. 1. Klachtvereiste. Had hof zich ambtshalve moeten uitlaten of tijdig een klacht was ingediend ook al heeft gemachtigde raadsman ttz. geen verweer gevoerd, omdat uit de stukken het ernstig en rechtstreeks vermoeden rijst dat OM n-o is? 2. Bewijsklacht. Redengevendheid brief voor bewijs. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 14 juni 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:548
  2. Hoge Raad · 13 september 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1115

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01154

Datum 13 september 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 maart 2021, nummer 22-003553-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.S. Nan en N. Gonzalez Bos, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman Nan heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2022.